Monitoringsprotocol vlinders

Uitgangspunten in het protocol zijn:

– De inventarisatie dient vlakdekkend te gebeuren, uitgaande van een zicht van 50 meter naar beide kanten.

– Niet alleen de kwalificerende soorten, maar álle soorten dagvlinders worden genoteerd.

– Waarnemingen worden in het veld vastgelegd met behulp van een applicatie (bijvoorbeeld WebObs) of met pen en papier met behulp van een veldkaart.

– Waarnemingen worden vastgelegd op de locatie waar de soort ook daadwerkelijk is waargenomen.

– Er wordt geteld tussen 10.00 en 17.00 uur.

– Er worden ten minste vier volledige veldbezoeken gebracht in de maanden april, juni, juli en augustus. Er moeten minimaal drie weken zitten tussen twee bezoeken.

– Er wordt alleen geteld bij gunstig vlinderweer; boven de 17 graden of tussen de 13 en 17 graden maar dan met meer dan 50% zonneschijn. Windkracht max 5 beaufort.

– Er wordt speciaal gelet op kwalificerende soorten en eventueel ook op Rode Lijstsoorten van andere soortgroepen.

 

Handleiding monitoren in ´t Merkske